|

Nachtdutje (1)

6 februari 2009

Met een ernstig gezicht kwam Willem mijn kantoortje binnen. Ik moest met spoed naar de directiekamer. In de war en bezorgd tegelijk klopte ik op de afgebladderde, blauwe deur van ‘het kamertje’ en liep vrijwel gelijk naar binnen. Ik bleef naast het bureau van Arend staan en keek vragend zijn kant op. Ik kon beter even gaan zitten werd me verteld. De meest vreselijke gedachtes gingen door me heen. Ook al deden dit soort situaties zich niet veel voor, ik ging vaak van het ergste uit; dan kon het namelijk alleen maar meevallen, wat vaak ook het geval was.
“Ik werd net gebeld door je moeder. Je vader is dood.”
Pats. Niets extra vergadering, financiële problemen of bezuinigingen. Het viel niet mee deze keer. Met natte ogen vroeg ik de rest van de dag vrij. Eenmaal buiten op mijn fiets keek zelfs een langsrijdende vuilnisman mij te vrolijk uit zijn ogen. Het liefst zou je een groot neonbord bij je dragen met daarop in knipperende letters: “VADER DOOD”. Maar waar moest ik eigenlijk naar toe fietsen? En hoe was m’n vader dood gegaan? Onder ‘contacten’ vind ik mama mobiel. Voicemail. Heel even denk ik er aan wat voor een hekel ik aan voicemails heb. Niemand weet echt hoe je ze nou efficiënt in kan spreken of wat voor toon je moet aanslaan en daarnaast kost het voor de ontvanger alleen maar extra geld om het bericht af te luisteren alvorens de inspreker terug te bellen terwijl dat net zo goed meteen had gekund. Maar goed, mijn vader was net dood gegaan.
Nog steeds stond ik op straat, mijn fiets tussen mijn benen en mijn telefoon tussen mijn vingers. Ik steek een sigaret op en halverwege het oproken begin ik uit opgelatenheid te fietsen. Uit een raar gevoel van automatisme, fiets ik het Vondelpark in. Het is een uur of 1 op woensdagmiddag en het stikt van de kinderen, honden, kinderwagens, hardlopers en andere fietsers. Waar ik me altijd al aan geërgerd heb, zijn hardlopers die niet, zoals het hoort, gewoon rechts gaan rennen, maar lekker in het midden van het pad gaan lopen, waardoor fietsers moeten kiezen of ze rechts of links moeten inhalen. Wanneer je links inhaalt heb je kans om een tegenligger tegen te komen, rechts lopen, of erger nog, fietsen vaak ook nog toeristen.
Ik besluit om dat soort hardlopers op te zoeken en dan rakelings langs ze te gaan fietsen waarbij ik ze heel licht toucheer met mijn schouder om daarna om te kijken met een licht geïrriteerde blik. Al na een paar minuten heb ik de eerste in mijn vizier. Ik houd even in zodat de afstand tussen mij en de hardloper iets groter wordt om een goede aanloop te nemen en begin daarna de pedalen van mijn fiets flink te testen. Zodra ik in de buurt van de hardloper ben gekomen, stop ik met trappen, zodat ik mijn aanval goed kan mikken. Met twee handen aan het stuur en met hoge snelheid zoem ik op de schouder van het nietsvermoedende slachtoffer af, tik hem tegen z’n schouder en terwijl ik omkijk om hem de meest arrogante blik ooit te gunnen, bots ik tegen twee toeristen op en val genadeloos op mijn kin die openspat en een redelijke hoeveelheid bloed verspreid op de weg. Door mijn hoge snelheid schuurt mijn hoofd nog een klein stukje verder over het asfalt en een branderig gevoel maakt zich meester over mijn schedel. Mijn benen liggen verstrengeld in het frame van mijn fiets en rare kreten komen uit mijn mond. Behulpzaam als toeristen zijn, ze zijn immers op bezoek, buigen ze zich meteen over mij heen.
“Are you ok, are you ok? What happened? “ Italianen. Dat pizzabakkerengels herken ik inmiddels wel.
“I’m fine, it’s ok, really”, zeg ik dapper terwijl ik overeind krabbel. Het bloed drupt door mijn nieuwe positie over mijn overhemd en zonder iets te zeggen sleep ik mijn fiets naar de zijkant van het fietspad. De voorvork is gebogen en ook het voorwiel lijkt nergens meer op. Ik gooi de fiets tegen een boom, zet hem op slot en loop zonder om te kijken verder. Bij wijze van grap besluit ik om mijn gezicht niet schoon te vegen en gewoon met opgeheven hoofd rond te lopen alsof ik een wandelingetje aan het maken ben.

Tim Kallenbach




Creative Commons License

Tim Kallenbach - Schrijfsels van Tim Kallenbach is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel 3.0 Nederland licentie.
Gebaseerd op een werk op www.timkallenbach.nl.
Toestemming met betrekking tot rechten die niet onder deze licentie vallen zijn beschikbaar voor http://www.timkallenbach.nl.